About

Jozef Jehonia Parera, geboren op 10 juni 1930 te Ambon. Zijn vader Simon Parera had door complicaties bij de geboorte een keuze moeten maken, of z’n vrouw Helena Tupan of zijn net geboren zoon.

Hij koos uiteindelijk voor het nageslacht. Bij vijf eerdere pogingen tot het krijgen van nageslacht, overleed het kindje en overleefde Helena de complicaties. Jehonia was het zesde kind en zag het levenslicht. Helena, zijn moeder, overleed.

Serooskerke
Simon ‘Momo’ Parera

Tweede Wereldoorlog & het verzet

Tijdens de Japanse bezetting van 1942-1945 zat John (Jehonia) Parera als tiener bij het Moluks verzet door te helpen in de dorpen op Ambon. Hij hielp bij de verzetsgroep van sergeant Matthijs de Fretes.

Jonathan Parera, een landwachter en een neef van John, informeerde KNIL-militair Deighton over een wapenopslagplaats te Serie, waardoor men enige tijd over wapens en munitie kon beschikken.

Sergeant Lantang bracht de groep van Deighton in contact met sergeant Matthijs de Fretes.

In maart 1942 belegde de Fretes een bijeenkomst waaraan honderd man, waaronder Deighton, Godeaus(KNIL) en Jonathan Parera(Kusu-Kusu Sereh) deelnamen. In de vergadering vroeg de Fretes de aanwezigen zich gereed te houden om de geallieerden bij hun komst te ondersteunen. Het door Deighton en de Parera’s ontdekte wapentuig werd onder de mannen verdeeld.

Iedere sergeant kreeg opdracht in zijn eigen dorp met de KNIL-militairen, landwachters en dorpelingen een aantal plaatselijke afdelingen van de verzetsorganisatie op te zetten.

Tot de taken van de afdelingen behoorden het verzamelen van inlichtingen, plegen van sabotage en het verrichten van koeriersdiensten. Als er een landing der geallieerden zou plaatsvinden, dan konden binnen korte tijd honderden mannen gemobiliseerd worden.

Op 13 maart 1943 werden twee groepsleiders door de Japanners opgepakt. In de dagen daarop volgend vond ook de arrestatie van de overige leden van de verzetsgroep van de Fretes plaats.

Omdat men de leiders van het verzet, de Fretes en sergeant Jacob Latuheru niet direct kon vinden, arresteerden de Japanners hun familie en dreigde met executie als de Fretes en Latuheru zich niet zouden aangeven.

Tijdens ondervragingen hebben de Japanners John mishandeld en met de kolf van een geweer zijn rechter schouderblad gebroken. Omdat hij minderjarig was, hoefde hij het niet met de dood te bekopen. Zijn schouderletsel was jaren nadien nog zichtbaar te merken.

De Fretes werd op 1 juli 1943, samen met Latuheru gearresteerd door de Japanners. Op diezelfde dag werden zij door het Japanse leger onthoofd.

Morotai

Morotai, een eiland in Halmahera van Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) dat een belangrijk uitvalspunt en luchtmachtbasis was voor Amerikaanse operaties op de Filipijnen en Australische operaties op Borneo. Amerikaanse troepen landden oorspronkelijk op het eiland op 15 september 1944 en beveiligden een perimeter rond het vliegveld van het eiland. Hoewel die perimeter later werd uitgebreid, werden de Japanse troepen op de rest van het eiland de rest van de oorlog vrijwel met rust gelaten.

Morotai werd door het Australische hoofdkwartier van de landmacht gebruikt als centrale locatie voor de verwerking van duizenden Australische  soldaten die wachtten op transport naar huis. Het eiland was een cruciaal punt voor het herstellen van uitgemergelde krijgsgevangenen, zoals die van Ambon, die naar Morotai werden gebracht voor medische zorg en repatriëring naar Australië.

John (Jehonia) Parera is na de Japanse bezetting op 16-jarige leeftijd als tolk werkzaam geweest op Morotai om te helpen bij deze repatriëring. Hij kon de taalbarrière tussen de Australiërs, Japanners en de inheemse bevolking weghalen. Zijn vader Simon had hiervoor geen goedkeuring gegeven en eisde met een reisopdracht via de politie zijn enigste kind terug te halen naar Ambon. Tegen het einde van de zomer van 1946 was de grootschalige repatriëring van geëvacueerden grotendeels voltooid.

Australische ex-krijgsgevangenen van Ambon naar Morotai voor ziekenhuisopname

John Parera: ‘Ik heb toen de kans gehad om naar Australië te gaan en daar een bestaan op te bouwen’

Makassar

Na de Japanse capitulatie gaat John (Jehonia) Parera studeren in Makassar op het eiland Celebes. Bij een opstand in Makassar van 5 april 1950 tot 21 april 1950 raken Ambonese en Menadonese militairen in Nederlandse dienst(KNIL) in gevecht met het Indonesische regeringsleger. Dit leger wilde de afzonderlijke deelstaten inlijven met als doel één centrale eenheidsstaat. In de deelstaat Oost-Indonesië, met Makassar als hoofdstad, was hier zwaar verzet tegen. Bij de gevechten waar ook burgers bij betrokken waren, stond John bij het verzet aan de zijde van de Ambonese militairen.

Voormalig KNIL-officier Andi Aziz kwam in opstand en bezette strategische punten in Makassar. Zijn troepen bestonden uit loyale KNIL-militairen die eisten dat hun status en de deelstaten gehandhaafd bleven. Hierbij vielen honderden doden en raakte de stad zwaar ontwricht. Zuid-Molukse leiders riepen de onafhankelijkheid uit om zich los te maken van Indonesië, uit protest tegen de opheffing van de deelstaat Oost-Indonesië. De proclamatie van de Republik Maluku Selatan (RMS) vond plaats op 25 april 1950 op het eiland Ambon.

Na de opstand van kapitein Andi Aziz kwamen er meldingen van repressailles en een gespannen sfeer. Er waren incidenten waarbij burgers en barakkenkampen betrokken waren. Er heerste veel onrust in Makassar. Aan de strijd komt op 9 augustus 1950 een einde als de Nederlandse militairen door de torpedobootjager Hr.Ms. Kortenaer worden ontzet. Bij de strijd sneuvelen aan Nederlandse kant 120 Ambonese en 18 Nederlandse militairen. 80 Ambonese militairen raken gewond. Na het mislukken van de coup van Aziz en de daaropvolgende onrust, werden vele KNIL-militairen verplaatst, onder andere naar doorgangskampen op Java.

Biografie

Bagage des levens

Bij het zien van het levenslicht tijdens z’n geboorte, in z’n jeugd tijdens de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog, in zijn studententijd tijdens de hevige gevechten ten behoeve van een ieders onafhankelijkheid op Makassar, met z’n worsteling om na de oorlog een bestaan op te bouwen, ontheemd hier in Nederland en tijdens z’n ziekbed. Het was voor John een metaforische koffer vol levenservaringen, herinneringen, overtuigingen, trauma’s, spijt, angsten en emoties die hij met zich meedroeg.

John Parera was tot aan z’n overlijden actief in de RMS-politiek. Hij participeerde in de partij Gerakan Maluku en gaf zijn visie over de ondersteuning van de RMS-strijd. Jarenlang zette hij zich in voor de erkenning van de Molukse zaak in de internationale politiek en bij de Verenigde Naties.

Van ver gekomen en met de valkuilen des levens gaf hij de scepter door van ons bestaansrecht als familie in deze maatschappij. 

Zijn levensverhaal staat symbool voor moed, loyaliteit en veerkracht.

Het vervolg van deze biografie zal uitkomen in een boek waarin de levensverhalen en de verhalen van de naasten van Jozef Jehonia Parera zullen worden vastgelegd.

*10-06-1930 Ambon †28-8-2011 Huizen

De gemeente Huizen heeft in juni 2023 een beschermde historische status toegekend aan een aantal Molukse graven en urnen op de Nieuwe Begraafplaats. De graven worden erkend als een blijvende plek voor de geschiedenis van de Molukse gemeenschap in Huizen. Het graf van Jozef Jehonia Parera valt ook hieronder. Het gaat om erkenning van de strijd en het leed van de eerste generatie.

Zonder geschiedenis geen toekomst

History

In 1951 kwamen ruim 12.000 Molukkers naar Nederland. Wat bedoeld was als een tijdelijk verblijf, is inmiddels een geschiedenis van 75 jaar. Een verhaal van ballingschap, strijd, pijn en veerkracht, maar ook van samenwerking, nieuwe generaties en toekomst.

Kota Inten 2 brengt laatste groep Molukkers

In de avond van vrijdag 22 juni 1951 kwam het allerlaatste troepentransport de Kota Inten II aan in de Rotterdamse haven. Het was een lange reis van Hollandia (Papua Nieuw Guinea), via Jakarta naar Rotterdam. De volgende ochtend gingen 1089 passagiers van boord.

Naast 130 ex-KNIL militairen en hun gezinnen, hadden ook 162 Molukse burgers een plaats weten te vinden op de Kota Inten II, waaronder Jozef Jehonia Parera. Zij zagen een kans om zichzelf in veiligheid te brengen. Voor het vertrek was veel onrust rondom de plaatsing op het schip. Op allerlei manieren probeerden velen om mee te kunnen met dit laatste transport. Circa 200 Molukse burgers konden niet mee en moesten achterblijven.

Saillant detail van de passagierslijst is dat John Parera door de schermutselingen in Makassar zijn leven niet meer veilig was op Java en terugkeren naar Ambon kon niet meer door de zeeblokkade.

Omdat hij geen KNIL-militair was, kon hij niet zomaar aan boord gaan van de Kota Inten.

Hij heeft toen een legeruniform kunnen bemachtigen, zich laten registreren voor inscheping en is onder de naam G. Nahumury, met geluk, veilig aan boord gekomen van de Kota Inten voor het allerlaatste transport.


“Van het concert des levens krijgt niemand een program”

Woonoord Kamp Almere

Na een verblijf in Kamp Serooskerke (Zeeland) kwam John Parera terecht in Kamp Almere in Huizen. Dit kamp is van maart 1951 tot 1972 in gebruik geweest als Moluks woonoord. Veel gezinnen in het kamp waren met aankomst van de Kota Inten in Nederland gekomen. Het kamp betond uit 13 barakken voor gezinnen en vrijgezellen, een beheerdersbarak bij de ingang, een kolen/turf barak, een kerk/ontspanningsruimte, een badhuis, een washok, en een centrale keuken.

De houten barakken waren primitief ingericht en in de winter was het er erg koud. Vanuit het kamp integreerde de Molukkers naar woningen in de bebouwde kom van Huizen. Dit heeft voortgeduurd tot de laatste familie uit het kamp vertrok in 1972.

Het monument bij de ingang van het kamp laat de betrokkenheid met de plek zien, waar vele mensen een groot deel van hun leven gewoond hebben onder bijzondere omstandigheden, die tegelijk saamhorig en zwaar konden zijn.

In 2026 is het 75 jaar geleden dat er Molukkers naar Nederland komen. In 1951 moeten zij de eilanden in Indonesië verlaten en wordt er voor een ‘tijdelijk’ verblijf gezorgd in Nederland. 75 jaar later kunnen de Molukkers nog steeds niet terug naar hun vaderland: ‘de ontheemding zit diep’.

Veel ouders kampten met zware oorlogstrauma’s, opgelopen tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië. De combinatie van die trauma’s, armoede en het overnemen van een andere cultuur door hun kinderen in Nederland, leidde tot een zware en soms gesloten leefomgeving.

Ondanks het roerige en geïsoleerde leven in het kamp probeerde John, naast het gezinsleven, alsnog een studie op te pakken.

De handelsavondschool in Bussum was een avondopleiding. Deze opleiding was specifiek bedoeld voor werkenden die in de avonduren hun diploma wilden halen. Bij de opleiding in de talen nam de handelscorrespondentie een ruime plaats in.

Stap voor stap doorliep John vijf jaar lang de handelsschool, met de focus op bedrijfsadministratie en boekhouden, waarna hij werkzaam was als administrateur.


Op 4 januari 1968 werd de Pniëlkerk geopend en is sindsdien het religieuze en culturele hart voor de Molukse gemeenschap in Huizen. Deze kerk bevindt zich op de hoek van de Weideweg en de Gemeenlandslaan in Huizen. Na een grote verbouwing is de Pniëlkerk in 1992 heropend. Het hieronder getoonde monument bevindt zich naast de kerk. John Parera heeft jarenlang tegenover de Molukse kerk gewoond aan de Weideweg. Hij was ook actief in de gemeenschap als kerkenraadslid van de Molukse Evangelische Kerk(G.I.M.)

Monument ter herdenking van de eerste generatie Molukkers in Huizen

De laatste woordenwisseling

21 augustus 2011 is voor mij als de dag van gisteren. De dag van ‘de laatste woordenwisseling’ met m’n vader. Op deze zondag gaan Jedidja & ik langs papa in Huizen. Hij heeft pijn en is te moe om bij te praten. We kletsen even en daarna verontschuldigt hij zich om te gaan liggen op bed. Na met mama te hebben gezeten loop ik de trap op richting zijn kamer om te zeggen dat ik richting Hoogeveen ga. Hij hoort de deur opengaan en terwijl ik naar hem toe loop draait hij zich om. Goedkeurend kijkt hij mij aan, omdat hij weet dat ik naar huis moet rijden.

Zachtjes vertel ik hem dat we weggaan. Waarop hij zegt: ‘Ingatang, jalan baik baik’(Denk erom, heb een behouden reis). Ik geef hem een knuffel, hij kijkt me aan met een liefdevolle blik en draait zich daarna om en probeert te slapen.

Niet wetend dat dit ons laatste verbale afscheid is…sluit ik de kamerdeur en loop de trap af om m’n eigen weg naar huis te gaan.

Roots & verbinding

SOATEUNGPARIGICLANS
LuhuSounalu TunalessyWeir Sute MahuLoppies
Pattiruhu
Waas
PessyTourale SasamataWeir TulumasuSalamena
De Lima
PalySoulisa EruwakanWeir TulutomaPaays
Kastanja
Muskita
NussySouwaka LesisinaWeir TulumasuAlfons
Parera
Gomies
LohahaKohilan NamarisaWeir TamauliMakatita
Soa (district) structuur Hatalai met adat-naam/titel van het dorp & hun beken, waterbronnen en/of ankerplaatsen inclusief de clans – Hatalai is ‘Pela Keras’ (bondgenoot) met Amahusu

“Ale dan beta jang menentukan masa depan Maluku”

‘Jij en ik bepalen de toekomst van de Molukken’

‘Licht op mijn pad’

Het gebed is een vast onderdeel van de Molukse adat (traditie). Onze vader zei altijd: ‘Mari katong sembahjang’

met als betekenis: ‘Laten we bidden’

bijvoorbeeld voor & na het eten, voor het slapen gaan, met oud & nieuw, voor het begin van een reis, bij een moment ter afsluiting enzovoorts

Een veelgebruikt en bekend gebed in de Molukse traditie

Onze Vader

Bapa kami jang di surga,
Dipermuliakanlah nama Mu,
Datanglah keradjaan Mu,
Djadilah kehendak Mu,
Seperti di dalam surga, demikian djuga di atas bumi.
Berilah kami pada hari ini, makanan kami jang setjukupnja
Dan ampunilah kesalahan kami,
Seperti kami pun mengampuni orang jang bersalah kepada kami.
Dan djanganlah membawa kami ke dalem pentjobaan,
Tetapi lepaskanlah kami dari pada jang djahat. Karena Engkaulah keradjaan dan kuasa dan kemuliaan sampai selama-lamanja.

Amin.

Cucu² J.J. Parera & J.J. Parera kleinkinderen met dezelfde initialen

Bapa Kami

Onze Vader, die in de hemelen zijt,

Uw Naam worde geheiligd,
Uw Koninkrijk kome,
Uw wil geschiedde, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood,
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk, en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid.

Amen.

Matteüs 6:9-13


Deze site is gemaakt ter ere aan onze (over)(groot)vader

Situs ini dibuat untuk menghormati bapa kami

‘Jozef Jehonia Parera’

a.k.a. John Parera